De paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' is bedoeld om een beeld te krijgen van de staat van onze openbare ruimte. Deze bestaat uit alle wegen, het groen en de bomen, de speelvoorzieningen, het water, de bruggen, de openbare verlichting en de riolering. We lichten eerst meer toe over de beleidskaders en de vastgestelde beheerniveaus. Daarna staan we stil bij de financiële ontwikkelingen op het gebied van beheer en onderhoud. Ten slotte wordt een toelichting gegeven op de staat van de openbare ruimte.
Beleidskaders
In 2021 is de Visie openbare ruimte vastgesteld. Deze visie beschrijft de grootste uitdagingen bij het beheer van de stad. Hierbij wordt aangegeven dat we bij het beheer altijd eerst de risico’s beperken. Het beheerbudget is hard nodig om de stad schoon, heel en veilig te houden. Waar mogelijk kijken we ook of de openbare ruimte duurzamer, leefbaarder, gezonder, groener, blauwer en verkeersveiliger gemaakt kan worden. In de tweede helft van 2026 zal een geactualiseerd Strategisch Assetmanagementplan (SAMP) ter informatie aan de raad worden aangeboden, waarin wordt ingegaan op de budgetten die in de toekomst nodig zijn om onze visie op de openbare ruimte te realiseren.
De Visie openbare ruimte vormt de kapstok voor beleidskaders zoals het speelbeleid, het beleidskader Groen, het Bomenkader en het beleidskader Grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen, een actualisatie van het Bomenkader 2025-2026 en een door het college vastgesteld implementatiekader Civiel. In deze beleidskaders wordt de overkoepelende visie uitgewerkt voor de verschillende onderdelen van onze openbare ruimte.
Bij het uitvoeren van het speelbeleid ‘Avontuurlijk spelen’ uit 2019 is al langere tijd een kloof te zien tussen beleid en uitvoering. In de komende maanden wordt gewerkt aan voorstellen om de uitvoering, ambities en middelen voor de komende jaren weer beter op elkaar aan te laten sluiten.
Vastgestelde beheerniveaus
De gemeenteraad heeft met de rapportage Bestuursopdracht Beheer (2015) vastgesteld op welk beeldkwaliteitsniveau het onderhoud in de stad wordt uitgevoerd. Deze niveaus verschillen per element van de openbare ruimte en per functiegebied. In grote lijnen geldt dat hoofdinfrastructuur en woongebieden gemiddeld op B-niveau (basis) worden onderhouden. Voor bedrijventerreinen en buitengebieden wordt gemiddeld beeldkwaliteitsniveau C (laag) aangehouden.
Financiën
In de Programmabegroting 2024 is afgesproken om het budget voor groot onderhoud en vervangingen van de openbare ruimte stapsgewijs te laten groeien, doordat we het geld voor vervangingsinvesteringen voortaan niet in één keer betalen maar gespreid over de hele gebruiksduur.
Jaarlijks wordt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de programmabegroting opgenomen welk bedrag de komende 10 jaar nodig is voor onderhoud en vervanging per onderdeel van de openbare ruimte.
Dit hebben we in de Programmabegroting 2024 voor het eerst gedaan. Onderstaande tabel geeft dit voor de komende jaren weer. In de gemeentebegroting geldt dat de kosten van vervangingsinvesteringen niet in een keer worden afbetaald, maar worden gespreid over de periode dat de investeringen meegaan. Onderstaande tabel geeft een optelsom weer van de vervangingsinvesteringen die worden geactiveerd en de kosten voor groot onderhoud per onderdeel.
bedragen x € 1 miljoen
Onderdeel openbare ruimte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Groen | 2,4 | 2,4 | 1,3 | 1,3 | 1,3 | 1,3 |
Spelen | 2,0 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 | 2,2 |
Verharding | 4,9 | 5,2 | 5,2 | 5,2 | 5,2 | 5,3 |
Bruggen | 4,1 | 4,1 | 4,1 | 4,1 | 4,1 | 4,1 |
OVL en VRI | 3,2 | 3,4 | 2,4 | 4,6 | 3,9 | 4,9 |
Water | 1,4 | 1,2 | 1,3 | 1,5 | 1,8 | 1,8 |
Wijken en bedrijventerreinen | 11,1 | 13,5 | 15,8 | 28,2 | 19,4 | 20,5 |
Totaal | 29,2 | 32,0 | 32,4 | 37,2 | 38,0 | 40,1 |
Momenteel werken we aan een data-gedreven meerjarenraming voor de komende tien jaar. Hiermee kunnen we beter en betrouwbaarder vooruitkijken. De huidige inzichten laten zien dat de beheerbudgetten verder moeten groeien. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 waren er echter nog te veel onzekerheden in de berekeningen om dit voldoende te kunnen onderbouwen. De stappen die nodig zijn om dit verder uit te werken, zijn opgenomen in de ambitieteksten. Daarbij kijken we ook welke keuzes er nog gemaakt kunnen worden om de kosten te beperken en welke gevolgen dit heeft voor de stad.
Hierdoor zijn we genoodzaakt keuzes te maken in het geplande onderhoud. Een deel van de werkzaamheden die volgens de beheercyclus uitgevoerd hadden moeten worden, moet daarom worden uitgesteld. De gevolgen hiervan, zoals oplopende onderhoudsachterstanden en de effecten voor inwoners, worden de komende maanden verder in beeld gebracht.
Staat van de openbare ruimte
Onderhoudsstaat van het groen
Voor de bomen en bossen in onze openbare ruimte geldt dat we tot en met 2030 met een inhaalslag bezig zijn om deze op het afgesproken onderhoudsniveau te krijgen. De basis hiervoor vormen gerichte inspecties die we nu structureel uitvoeren. Anders is de kans groot dat we op termijn achteruitgaan in ons bomenbestand en in boomkroonvolume wat met de Europese wetgeving “Europese Natuurherstelverordening” niet is toegestaan. Er zijn veel bomen en boomstructuren die door een onjuiste groeiplaats niet verder kunnen groeien of hun einde levensduur bereiken. Grote vervangingen en groeiplaatsverbeteringen zijn nodig. Het is belangrijk om bij sommige boomstructuren al een gefaseerde aanpak op te starten zodat een kaalslag voorkomen kan worden. Daarnaast is compensatie een steeds belangrijker thema om de doelen te bewerkstelligen. Hiervoor wordt gewerkt aan een vergroeningsfonds wat de tweede helft 2026/ begin 2027 vorm zal moeten krijgen.
Het vervangen van plantvakken moet op termijn worden opgevangen binnen het grootschalig onderhoud van woonwijken. De komende jaren is dit geld nog nodig, omdat het programma ‘Grootschalig Onderhoud Woonwijken’ forse vertraging heeft opgelopen in de uitvoering. De beplanting is meer (bio)divers, zodat wijken beter toegerust zijn op het veranderende klimaat, minder gevoelig zijn voor ziektes en plagen. Ook hebben insecten en andere wilde dieren langer voedsel en schuilgelegenheid hierdoor.
Het is voor deze levende assets relatief moeilijk om vooruit te kijken. De onderhoudskosten voor de plantvakken zullen op termijn verplaatsen naar het GOW, maar de andere grote groenopgaven zullen blijven bestaan. Daarnaast zullen ziektes en plagen altijd onderdeel blijven van het leven. Naast ziekten en plagen hebben we in Almere ook te maken met invasieve exoten. Dat zijn (in Almere met name) planten die hier niet van nature voorkomen, maar door de mens in ons land terecht zijn gekomen. De aanpak van deze invasieve exoten, zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en hemelbomen, vergt een structurele aanpak waarin op dit moment nog niet (volledig) is voorzien in de financiële kaders.
Onderhoudsstaat van speeltoestellen
Naar aanleiding van de recente actualisatie van de staat van het areaal zijn inspectie en onderzoeken uitgevoerd. Dit leidt tot het inzicht dat een groot aantal toestellen het einde van de levensduur heeft bereikt. In eerste instantie vormen de houten speeltoestellen het grootste risico. Deze toestellen worden conform het huidige beleid verwijderd. Bij het uitvoeren van dit speelbeleid ‘Avontuurlijk spelen’ uit 2019 is al langere tijd een kloof te zien tussen beleid en uitvoering. In de komende maanden wordt gewerkt aan voorstellen om de uitvoering, ambities en middelen voor de komende jaren weer beter op elkaar aan te laten sluiten.
Staat van de infrastructuur
Wegen en bruggen zijn relatief dure kapitaalgoederen, waarbij reparaties en vervangingen vaak gepaard gaan met hoge kosten. Tegelijkertijd is achterstallig onderhoud niet altijd direct zichtbaar bij deze assets en vaak pas merkbaar op het moment dat de veiligheid in het geding komt. En dan zijn de herstelkosten inmiddels fors hoger uitgevallen.
Asfalt
In de afgelopen jaren zijn aanvullende gelden incidenteel vrijgemaakt om het acute onderhoud op asfalt te kunnen uitvoeren. De recentste inspecties 2024 maken inzichtelijk dat er een structureel tekort is, maar deze moeten in de komende periode met een meer datagedreven meerjarenraming worden onderbouwd . In de tweede helft van 2026 zullen de nieuwe inspecties zijn uitgevoerd, waarmee weer een geactualiseerd beeld van de hoofdwegen asfalt wordt verkregen.
Waar in 2026 de wegen vallend in categorie D zijn opgepakt, zal de focus in 2027 met name liggen op wegen vallend in categorie C. De middelen die voor dit jaar nodig zijn worden gezocht binnen de gehele begroting van Stadsruimte. Hierdoor zijn we genoodzaakt keuzes te maken in het geplande onderhoud. Een deel van de werkzaamheden die volgens de beheercyclus uitgevoerd hadden moeten worden, moet daarom worden uitgesteld. De gevolgen hiervan, zoals oplopende onderhoudsachterstanden en de effecten voor inwoners, worden de komende maanden verder in beeld gebracht.
Een aantal houten bruggen voor fietsers en voetgangers is aan het einde van de levensduur en verkeert in slechte staat en komt de veiligheid in het geding (herstelwerkzaamheden zijn daardoor niet meer rendabel en vervanging is de enige optie). Daarnaast zijn er een aantal bruggen die – als er geen extra financiering voor gevonden wordt buiten de beheer begroting – worden verwijderd als gevolg van een raadsbesluit in het kader van de bestuursopdracht beheer uit 2015. Daarbij is rekening gehouden met de aanwezigheid van voldoende alternatieve routes voor inwoners.
Naast de houten fiets- en voetgangersbruggen zijn er ook diverse verkeersbruggen waar, door verkeerde keuzen in het verleden, nu groot onderhoud uitgevoerd moet worden door aantasting van het betonoppervlak. Bij veel civiele kunstwerken zijn de voegovergangen versleten, waardoor dooizouten de betonnen onderbouw aantasten. Hierdoor zal de komende jaren meer aandacht uitgaan naar het herstel en vernieuwen van de voegovergangen. En waar noodzakelijk ook het betonherstel meegenomen wordt.
Staat van de openbare verlichting en de verkeersregelinstallaties
Het beheer van de openbare verlichting en verkeersregelinstallaties is goed op orde. De groot onderhouds- en vervangingsopgave is goed in beeld en het budget zat de afgelopen jaren al op het benodigde volume. De voornaamste opgave is het verduurzamen van de verlichting wat in 2028 volledig moet zijn afgerond. Stapsgewijs is geïnvesteerd in ledverlichting en is de verlichting steeds ´slimmer´ gemaakt. Daarnaast wordt op sommige plaatsen gekozen voor diervriendelijke verlichting. In het kader van de laatste bezuinigingsopgave is besloten om openbare verlichting minder vaak te herstellen, waardoor lantaarnpalen in de praktijk meer vervuiling zullen vertonen en langer scheef zullen staan voor ze worden hersteld. We zullen openbare verlichting wel vervangen als het tot onveilige situaties of gevoelens kan leiden.
Staat van het oppervlaktewater in de openbare ruimte
De afgelopen jaren is er op het gebied van oppervlaktewater een inhaalslag gemaakt, waardoor het beheer nu een meer planmatige aanpak heeft. De achterstand op baggeren en overdracht van wateren naar het waterschap is in de afgelopen jaren grotendeels weggewerkt, waardoor we nu kunnen focussen op onze eigen wateren. De komende jaren wordt gewerkt aan vervangingsopgave met betrekking tot de steigers. Voor onze sloten, greppels en duikers is een vijf jarig traject opgestart voor het baggeren, zo verbeteren we de robuustheid van het systeem bij extreem weer, de doorstroming en de waterkwaliteit. Voor onze recreatieve voorzieningen (o.a. sluizen en steigers) is het beheerplan geactualiseerd, voor het watersysteem (wateren, stuwen) wordt dit naar verwachting eind 2026 opgeleverd. De wens is nog wel om het Waterplan in de komende jaren te actualiseren tot een nieuw beleidskader. Er is o.a. actualisatie nodig op het gebied van waterkwaliteit. In 2026 heeft de raad ingestemd met een registratieplicht voor vaartuigen. Dit biedt kansen om in te zetten op het opruimen van verwaarloosde boten.
Staat van de wijken en bedrijventerreinen
Het grootschalig onderhoud van woonwijken en bedrijventerreinen staat voor een grote opgave. In de oudste delen van Almere moet voor het eerst het vuilwaterriool worden vervangen. Daarbij moeten rioolvervanging, ophoging van de wijk en groot onderhoud van de openbare ruimte tegelijk worden uitgevoerd. Iets waar we nog beperkt ervaring mee hebben. Dit vraagt om nieuwe kennis, een goede voorbereiding en toenemende noodzaak voor afstemming met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie en de energietransitie. Hiermee zijn er steeds meer afhankelijkheden waarmee binnen de beheerprogrammering rekening moet worden gehouden. Dit zorgt voor een ingewikkelde spagaat. Enerzijds willen we om financiële redenen het onderhoud zo gericht mogelijk uitvoeren en moeten we soms besluiten om iets niet aan te pakken. Anderzijds willen we breed verkennen welke ambities op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, leefbaarheid en toekomstbestendigheid je mee zou kúnnen nemen, mocht er toch ergens extra budget te vinden zijn.
Door deze veelheid aan opgaven, het beleggen van eigenaarschap en het soms nog ontbreken van benodigde ambtelijke expertise zijn we de afgelopen jaren achter op schema geraakt. Als gevolg hiervan krijgen we veel extra meldingen van bewoners, moeten extra kosten worden gemaakt voor tussentijdse reparaties en gaat de staat van bedrijventerreinen en woonbuurten verder achteruit. In de komende jaren moet stap voor stap het tempo van het grootschalig onderhoud van woonwijken en bedrijventerreinen worden verhoogd. Begin 2027 zal het grootschalig onderhoud in De Hoven van start gaan en in 2028 zouden Muziekwijk Noord, Danswijk en De Marken moeten volgen. Hiervoor zullen in 2026 de ambtelijke project- opdrachten worden verstrekt. Dit is vastgelegd in een 10-jaar vooruitkijkende meerjarenprogrammering voor het grootschalig onderhoud woonwijken en bedrijventerreinen (GOWB).
