Bijlagen

Onderuitputting kapitaallasten

Onderuitputting kapitaallasten is een vorm van projectvertraging. Het gaat hierbij specifieke om investeringen. Als investeringen later worden opgeleverd dan gepland, dan houden we het budget voor kapitaallasten en exploitatielasten eenmalig over. Dat valt vrij dan achteraf vrij ten gunste van de algemene middelen.

Het is vanaf deze begroting toegestaan om op voorhand al rekening te houden met deze onderuitputting. Dit kan door een stelpost onderuitputting kapitaallasten op te nemen. Wij hebben een globale analyse gemaakt van de omvang van deze onderuitputting over de periode 2021-2025. Dat geeft het volgende beeld:

bedragen x € 1 miljoen

Programma (indeling 2022-2026)  

2021  

2022  

2023  

2024  

2025  

RP01 Wonen 

0,1 

0,5 

RP02 Openbare ruimte 

0,2 

0,3 

RP03 Veiligheid en handhaving 

0,0 

-0,1 

RP04 Dienstverlening en samenwerking met de stad 

-0,1 

-0,1 

RP07 Onderwijs 

1,6 

2,1 

2,2 

2,9 

3,6 

RP08 Gezondheid 

0,5 

0,4 

RP09 Sociale voorzieningen en zorg 

-0,1 

0,7 

-0,1 

-0,1 

-0,1 

RP14 Sport 

0,5 

0,4 

0,7 

RP15 Kunst en cultuur 

0,2 

0,1 

0,1 

0,0 

RP17 Overhead en bedrijfsvoering 

0,0 

-0,1 

0,3 

0,2 

-0,1 

RP18 Financiën 

0,1 

Diverse (stelpost reservering kapitaallasten) 

0,4 

1,8 

3,1 

Eindtotaal  

2,3  

3,4  

3,1  

6,2  

7,5  

 

Dit is de onderuitputting van de afgelopen jaren, die we eenvoudig uit onze administratie hebben kunnen halen. Er is waarschijnlijk nog meer onderuitputting geweest die niet direct te herleiden was. Bij een diepere analyse zullen de bedragen nog hoger worden. We hebben in 2023 een nieuwe activamodule (ICT systeem), waarmee we dit nu ook beter registreren. Verder hebben we te maken met oplopende investeringsvolumes en inflatie, waardoor het bedrag voor de komende jaren automatisch stijgt.

Hierin zit niet de onderuitputting op uitgaven ten laste van reserves. Dit komt omdat vertraging bij investeringen die betaald worden uit reserves niet tot voordelen leidt in de begroting. Het geld blijft namelijk in de reserve zitten. Bij het Fonds verstedelijking Almere schuiven we in deze begroting ongeveer € 20 miljoen aan investeringsbudgetten door naar latere jaren. Bij het Stadsvernieuwingsfonds gaat het om € 8,4 miljoen. Ook deze reserves laten dus een aanzienlijke onderuitputting zien.

Voor de begrotingsjaren 2028-2030 is de volgende onderuitputting gerealiseerd

bedragen x € 1 miljoen

 

2028

2029

2030

stelpost onderuitputting

5,0

5,0

5,0

gerealiseerd in deze begroting

1,6

0,9

2,6

 resteert

3,4

4,1

2,4

 

Wij vinden een stelpost onderuitputting van € 5 miljoen vanaf 2028 realistisch

Dit op basis van de analyse over de jaren 2021-2025 en omdat een behoorlijk deel hiervan nu al is ingevuld. Voor 2028 hebben we nog twee jaren aan realisatie van investeringen te gaan. Een groot deel van de projectvertraging vindt in de jaren voor oplevering plaats. Ter vergelijking: in de tweede kwartaalrapportage was er een onderuitputting van € 3,5 miljoen in het lopende jaar 2026 en van € 4,7 miljoen in 2027.

Nadere analyse is gewenst

We zien de omvang van de onderuitputting toenemen. Verder zien we dat latere oplevering van scholen de helft van de onderuitputting veroorzaakt. We willen de periode tot de voorjaarsnota 2028 gebruiken om nader te onderzoeken waardoor dit wordt veroorzaakt. Kunnen we obstakels wegnemen die de voortgang van onze plannen belemmeren, of moeten we realistischer plannen. Dat soort vragen willen we proberen te beantwoorden.

Deze pagina is gebouwd op 10/08/2026 15:10:19 met de export van 10/08/2026 10:25:41