Niet van toepassing op dit programma.
Niet van toepassing op dit programma.
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
meerjarenraming jeugdhulp | |||||
investeringsplan jeugd | 1.100 | -2.700 | |||
onttrekking investeringsfonds jeug | -1.100 | 2.700 | |||
JGZ Ondersteuningsstructuur onderwijs | -570 | ||||
scheidingsloket | 110 | ||||
actualisatie onderwijshuisvesting | -829 | -376 | 80 | 1.603 | 1.590 |
totaal | -719 | -946 | 80 | 1.603 | 1.590 |
Meerjarenraming jeugdhulp
Er wordt per saldo een neutraal resultaat geprognosticeerd voor de kosten jeugdhulp 2026.
In de basis is dit positief. Ook is de hogere prijsstijging van de jeugdhulpcontracten in 2026 (OVA Index) hierin opgenomen. Het effect hiervan was ongeveer € 3 miljoen.
Desondanks stijgen de kosten ten opzichte van vorig jaar met 10%.
Hiervan is 5% prijsstijging van de contracten en subsidies en 5% volumestijging. Volumestijging is een verzamelbegrip. Dit kan gaan om de toename van (unieke) cliënten, de toename van uren zorg per cliënt, maar ook inzet duurdere (of goedkopere) producten. We zagen in 2025 een afname van de volumegroei, maar deze trekt in 2026 dus weer aan.
Door de kostenontwikkeling 2026 is er in 2027 geen ruimte meer voor volumestijging.
In de jaren daarna is er wel ruimte voor ongeveer 1,5% volumestijging per jaar. Dit ligt iets hoger dan de jaarlijkse groei van het aantal jongeren in de stad. Een hogere volumegroei kunnen we ons structureel niet veroorloven maar vormt nog steeds een reëel risico als we naar de afgelopen jaren kijken.
Hierin is de benodigde kostendaling in verband met de ‘inverdientaakstelling jeugd’ nog niet verwerkt
De inverdientaakstelling 2027 is € 1 miljoen en bedraagt structureel € 6,2 miljoen. Dit wordt verderop verder toegelicht. De extra gewenste investeringen uit het hoofdlijnenakkoord in actief contractbeheer, Uitrol 0-100 teams, Specialistisch jongerenwerk en Voortzetten opgroeien kansrijke omgeving van in totaal € 6,4 miljoen structureel zitten hier niet in. Uitgangspunt is dat hiervoor wordt geherprioriteerd. Het verhogen van de terugverdientaakstelling met dit bedrag is niet realistisch. Zeker zolang het terugverdienpotentieel niet concreet is uitgewerkt. Het is al een grote opgave om binnen de begrote 1,5% volumegroei te blijven. In de risicoparagraaf is hiervoor een risicoreservering opgenomen.
De effecten van de reeds genomen maatregelen zijn in 2026 financieel nog beperkt zichtbaar.
Hieronder gaan we nader in op de belangrijkste ontwikkelingen:
- Ten opzichte van de voorgaande jaren wordt meer groepsgerichte begeleiding ingezet, maar dit is nog beperkt. De verschuiving van specialistische naar basiszorg is nog niet zichtbaar.
- Bij Jeugd Geestelijke Gezondheidszorg (jGGZ) is wel een verschuiving zichtbaar van specialistische behandeling naar reguliere behandeling. Daarnaast worden trajecten gemiddeld korter maar intensiever waardoor de gemiddelde kosten per traject hoger liggen. De kortere trajecten leiden daarmee vooralsnog niet tot lagere uitgaven.
- In totaal zijn de uitgaven voor Jeugdhulp zonder Verblijf hoger dan begroot. De beweging van maatwerk naar gecontracteerde zorg is wel duidelijk zichtbaar, maar zorgt niet voor een directe kostendaling
- De groei was in 2025 afgevlakt, dit lijkt vooral veroorzaakt te zijn door de overgang naar nieuwe contracten en aanbieders. In 2026 zien we het aantal cliënten en de inzet van zorg weer toenemen.
- Bij Jeugdhulp met verblijf zien we juist een beperkte stijging van 2% van de kosten ten opzichte van vorig jaar. Gezien de indexatie 5% is, dalen de reële kosten. Hierbij moet worden opgemerkt dat de beweging van maatwerk naar gecontracteerde zorg nog niet zichtbaar is. Mogelijk hangt een deel van de ruimte samen met de beperkte beschikbaarheid van passend verblijfsaanbod. In dat geval is niet sprake van een lagere zorgvraag, maar wordt mogelijk andere ambulante zorg ingezet. Dit past bij de beweging waarin ambulante zorg de voorkeur krijgt boven verblijfszorg.
De kostenontwikkeling 2026 ten opzichte van 2025 is voor de belangrijkste activiteiten als volgt:
bedragen x € 1 miljoen
activiteit | 2025 | 2026 | stijging | perc |
|---|---|---|---|---|
Jeugdhulp zonder verblijf met beschikking | 59,7 | 67,2 | 7,5 | 13% |
Jeugdhulp zonder verblijf zonder beschikking | 8,3 | 10,8 | 2,5 | 30% |
totaal zonder verblijf (lokaal) | 68,0 | 78,0 | 10,0 | 15% |
Jeugdhulp met verblijf (regionaal / SDFL) | 45,7 | 46,7 | 1,0 | 2% |
Toegang en regie (lokaal) | 4,3 | 6,4 | 2,1 | 49% |
totaal | 118,0 | 131,1 | 13,1 | 10% |
De hogere kosten bij jeugdhulp zonder verblijf zonder beschikking wordt met name veroorzaakt door de invoering van JGO (jeugdhulp op scholen). Dit betreft met name een verschuiving van budget. Tegelijkertijd zien we een toename bij jeugdhulp zonder verblijf met beschikking. Hier zien we een toename van cliënten en duurdere trajecten per cliënt ten opzichte van 2025.
Investeringsplan jeugd 2026 en 2027 en investeringsfonds jeugd
Het investeringsplan is nog niet gereed en volgt op zijn vroegst in het eerste kwartaal 2027. Daarom is er een zo beleidsarm mogelijk voorstel gedaan om de noodzakelijke activiteiten in 2027 voort te zetten:
bedragen x € 1.000
toelichting | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
versterken toegang en regie | ||
project herindicering jeugdhulp | 250 | 400 |
versterking toegang en regiefunctie JGZ Almere | 700 | |
regie jeugdhulp en zorgmeldingen gezinnen met kinderen | 350 | 600 |
regie zorgmeldingen volwassenen | 200 | 400 |
andere kosten | ||
start Stevige lokale teams in twee wijken | 700 | 700 |
herstel sociale en pedagogische basis | 100 | |
projectkosten | 600 | 600 |
totaal kosten | 2.900 | 2.700 |
begroting | 4.000 | |
begrotingswijziging | -1.100 | 2.700 |
De uitgaven 2026 zijn naar verwachting € 1,1 miljoen lager dan begroot
De subsidies voor regie zorgmeldingen gezinnen met kinderen en volwassenen zijn later gestart. Hierdoor blijft er € 0,5 miljoen over. Voor herstel sociaal pedagogische wordt € 0,1 miljoen uitgegeven aan begeleiders voor Oke op School, doordat onderwijsmiddelen zijn weggevallen. Dit is € 0,7 miljoen lager dan begroot. Reden voor de lagere kosten is dat de inhoudelijke maatregelen voor herstel sociaal pedagogische basis nog worden uitgewerkt. De projectkosten zijn naar verwachting € 0,6 miljoen, dit is € 0,1 miljoen hoger dan begroot. Per saldo wordt de onttrekking verlaagd met € 1,1 miljoen. Dit blijft beschikbaar in de reserve.
Voor 2027 begroten we € 2,7 miljoen aan noodzakelijke kosten om de huidige uitvoering voort te zetten
Het gaat hierbij vooral om de subsidies die we in 2026 ook al verstrekken voor de versterking van toegang en regie op zorgmeldingen en de start van lokale teams in twee wijken (huidig aantal). Het uitbreiden van nieuwe activiteiten wordt bij het raadsvoorstel over het investeringsfonds betrokken. Dit gaat dan vooral om de uitrol van stevige lokale teams in meerdere wijken of de hele stad en de inzet van het budget voor herstel van de pedagogische basis. Voor deze extra investeringen is nog € 2,7 miljoen vrije ruimte in het investeringsfonds. De € 0,7 miljoen aan kosten voor versterking toegang en regiefunctie JGZ Almere is voor 2027 opgenomen in de inverdientaakstelling jeugd en wordt niet uit het investeringsfonds betaald.
Inverdientaakstelling jeugd
In de begroting 2027 zit een inverdientaakstelling van € 1 miljoen op de jeugdhulp. Conform het hoofdlijnenakkoord worden de extra kosten voor toegang en regie JGZ en de bezuiniging niet gecontracteerde jeugdhulp hierin opgenomen. Bij de uitwerking van het investeringsplan jeugd zullen extra structurele investeringen worden voorgesteld die moeten worden terugverdiend. De inverdientaakstelling zal dan toenemen. Hoe groot de inverdientaakstelling wordt is afhankelijk van besluitvorming over dit voorstel. Totdat besluitvorming heeft plaatsgevonden houden we rekening met de inverdientaakstelling uit het huidig investeringsplan. We hebben de inverdientaakstelling jeugd ook opgenomen in de bezuinigingsmonitor.
bedragen x € 1 miljoen
| 2027 voorstel | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
versterken toegang en regie JGZ | 0,7 | 0,7 | 0,7 | 0,7 |
terugdraaien bezuiniging niet gecontracteerd | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 |
kosten investeringsplan die niet uit reserve gedekt kunnen worden | 4,2 | 5,2 | 5,2 | |
inverdientaakstelling | 1,0 | 5,2 | 6,2 | 6,2 |
JGZ Ondersteuningsstructuur onderwijs
Voor de inzet van schoolmaatschappelijk werk en jeugdverpleegkundigen op school is in 2026 incidenteel budget beschikbaar gesteld. Omdat deze functies sterk samenhangen met andere ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en jeugdhulp worden deze activiteiten ook incidenteel in 2027 voortgezet. Vanaf 2028 is er geen geld voor deze activiteit. Er moet een keuze gemaakt worden of deze activiteit wordt voortgezet, doorontwikkeld of gestopt. Dit is onderdeel van de verdere uitwerking van ondersteuningsstructuur op scholen en de versterking van de sociaal pedagogische basis in het investeringsfonds jeugd. Dit betekend dat de activiteit alleen kan worden voorgezet als deze zichzelf terugverdiend. Om de taakstelling van € 0,6 miljoen in beeld te houden, hebben we de taakstelling vanaf 2028 toegevoegd aan de bezuinigingsmonitor.
Voor de inzet van schoolmaatschappelijk werk en jeugdverpleegkundigen op school is in 2026 incidenteel budget beschikbaar gesteld. Omdat deze functies sterk samenhangen met andere ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en jeugdhulp worden deze activiteiten ook incidenteel in 2027 voortgezet. Vanaf 2028 is er geen geld voor deze activiteit. Er moet een keuze gemaakt worden of deze activiteit wordt voortgezet, doorontwikkeld of gestopt. Dit is onderdeel van de verdere uitwerking van ondersteuningsstructuur op scholen en de versterking van de sociaal pedagogische basis in het investeringsfonds jeugd. Dit betekend dat de activiteit alleen kan worden voorgezet als deze zichzelf terugverdiend. Om de taakstelling van € 0,6 miljoen in beeld te houden, hebben we de taakstelling vanaf 2028 toegevoegd aan de bezuinigingsmonitor.
Scheidingsloket
Voor 2026 is er € 0,25 miljoen budget. Er is € 0,14 miljoen subsidie verleent voor een projectleider Aanpak relatie- en scheidingsproblematiek. Er worden geen extra uitgaven verwacht in 2026. Er valt € 0,11 miljoen vrij.
Actualisatie onderwijshuisvesting
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
1a huurinkomsten KDV | 107 | ||||
1a nieuwe investeringen - Kinderopvang De Woudreus | -107 | ||||
1b nieuwe investeringen - Molenbuurt van 16 naar 17 klassen | -8 | -106 | |||
2a fasering De Meergronden | 531 | 1.616 | |||
2b fasering - correctie naar voren halen structureel effect PB 2026 | 1.000 | ||||
3 overige wijzigingen | -829 | -376 | 80 | 80 | 80 |
totaal | -829 | -376 | 80 | 1.603 | 1.590 |
1 nieuwe investeringen
1a: De nieuwbouw voor basisschool De Woudreus wordt gerealiseerd in de 5e fase Nobelhorst en staat gepland voor 2029. We stellen voor om hier een kinderopvang bij te bouwen, hiervoor is al een intentieovereenkomst getekend met een exploitant. Zij zullen kostprijsdekkende huur betalen, waardoor het geen effect heeft op de begroting. De verwachte investering is € 2,3 miljoen.
1b: Voor de vernieuwing van de scholen in De Molenbuurt wordt toegewerkt naar huisvesting in een 17-klassige voorziening. Deze ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026-2030. Het benodigde extra investeringskrediet om van 16 naar 17 klassen te gaan is € 2,3 miljoen.
Naast deze nieuwe investeringen werken we ook aan een voorstel voor een nieuwe school in Hortus. Onlangs is daar de grondexploitatie van vastgesteld, en wordt steeds duidelijker wanneer daar meer woningbouw komt. Daaruit volgen nieuwe leerlingenprognoses, die bepalen wanneer een school daar nodig is. Zodra we dit weten wordt dit betrokken bij een volgende actualisatie van onderwijshuisvesting.
2 fasering
2a: De geplande oplevering van de Meergronden is opgeschoven naar mei 2030. Deze vertraging is het gevolg van een aanvullende opdracht voor het combineren van een schoolgebouw en woningbouw op de huidige locatie. Het verwerken van de aanvullende eisen heeft enige maanden gekost, waardoor oplevering verplaatst van 2029 naar 2030. Dit gaat om € 0,5 miljoen in 2029 en € 1,6 miljoen in 2030. Conform het voorstel tot de stelpost vrijval kapitaallasten gaat dit voordeel ten gunste van die stelpost.
2b: Dit betreft een administratieve correctie van het ramen van het structureel effect van de kosten van de onderwijshuisvesting.
3 overige wijzigingen
3a: Het budget voor de klokurenvergoeding is gebaseerd op de maximale behoefte aan bewegingsonderwijs per school, uitgedrukt in het aantal te bekostigen klokuren. Deze behoefte is gerelateerd aan het aantal leerlingen. In de praktijk ligt het daadwerkelijke gebruik lager, en we stellen het budget hierop bij, dit gaat om € 80.000 structureel.
3b: Voor het budget eerste inrichting en OLP is een incidentele verhoging nodig. In 2026 gaat het om € 366.000. Dit betreft een nabetaling van het programma en overzicht en een aanvullende betaling voor De Renaissance school, de Waldorfschool en de Novum Saeculum school. In 2027 gaat het om € 456.000. Voor het concept programma en overzicht is de verwachting dat er een budget van € 456.000 nodig
3c: Voor de spoedaanvragen is een incidenteel budget voor 2026 nodig van € 459.000. Dit betreft de reparatie van het dak van Het Baken als gevolg van een constructiefout en de aanpassingen van het gebouw aan het Walt Disneyplantsoen 88 voor de Novum Saeculum school Ozonlaag.
3d: Voor rentekosten van scholen in aanbouw is er voor 2026 een budget van € 84.000 nodig.
We hanteren de spelregel “we laten meevallers door vertraging of externe ontwikkelingen vrijvallen binnen de begroting.” Voor posten waar nu nog geen bestedingsplan is of onduidelijk is of deze juridisch zijn verplicht wordt bij de vierde kwartaalrapportage 2026 besloten of deze vrij kunnen vallen.
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
projectvertraging waarover bij de vierde kwartaalrapportage 2026 wordt besloten | |||||
Positief Gezond Almere (PGA) | 550 | ||||
projectvertraging die doorschuift | |||||
kinderopvang pleegouders | 162 | -162 | |||
doorschuiven sloopkosten budget | 458 | -288 | -170 | ||
totaal | 1.170 | -450 | -170 |
Projectvertraging waarover bij de vierde kwartaalrapportage 2026 wordt besloten
Positief Gezond Almere (PGA)
In 2025 is er € 0,55 miljoen van de IZA middelen niet uitgegeven door vertraging in de opstartfase van PGA. Het was de bedoeling om deze vertraging in 2026 in te lopen maar dat is niet gelukt omdat dit inhoudelijk niet weggezet kan worden. De SPUK transformatiemiddelen PGA lopen medio 2027 af. Echter is er voor 2027 via het AZWA voldoende budget om het PGA te blijven uitvoeren. Tegenover de vrijval van deze middelen staan geen directe uitgaven en kunnen in principe vrijvallen. Bij de 4e kwartaalrapportage wordt hierover een besluit genomen.
Projectvertraging die doorschuift
Kinderopvang pleegouders
Gemeenten ontvangen geld van het Rijk voor de tegemoetkoming van pleegouders. Er worden geen uitgaven in 2026 verwacht omdat er nog geen regeling is voor pleegouders. Dit betreft een regionale taak van SDFL.
Doorschuiven sloopkosten budget
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
sloopkosten van 2026 naar 2027 | 288 | -288 | |||
VOH EF van den Banweg 2 5 | 83 | -83 | |||
VOH Lierstraat 1 | 87 | -87 | |||
totaal | 458 | -288 | -170 |
De sloopkosten voor de voorlopige onderwijshuisvesting aan de Lierstraat 1 en E.F. van den Banweg 2 5 worden doorgeschoven van 2026 naar 2030. Deze panden zullen voorlopig nog in gebruik blijven.
Het sloopbudget voor de tijdelijke panden aan de Operetteweg 96, Pierre de Coubertinlaan 21 en J.J. Slauerhoffstraat 51 wordt ook doorgeschoven. Voor deze tijdelijke panden is rekening gehouden met sloop en verwijdering. Dit stond begroot in 2026, maar deze panden zullen nog zeker dit jaar in gebruik zijn. Daarom wordt het budget doorgeschoven naar volgend jaar, er zal later bepaald worden of er volgend jaar daadwerkelijk gesloopt wordt.
