De economie ontwikkelt zich gematigd positief, maar blijft onzeker
De Nederlandse economie groeit door, en het tempo trekt licht aan. Volgens de eerste raming van het CBS groeide de economie in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4% ten opzichte van het eerste kwartaal. Ten opzichte van een jaar eerder bedroeg de groei 1,3%, vooral gedreven door hogere consumptie door huishoudens en overheidsconsumptie (CBS).
De inflatie bewoog zich het afgelopen kwartaal grillig (2,9% in juni en 3,2% in juli) en blijft structureel boven de 2,0% waar de ECB op mikt; de ECB verhoogde in juni 2026 de beleidsrente naar 2,25% (het tarief waarvoor banken geld kunnen lenen of stallen), de eerste verhoging sinds medio 2025.
Het ondernemersvertrouwen is na een scherpe daling naar -14,8 in het eerste kwartaal (het laagste niveau sinds 2022) sterk hersteld naar -5,3 in het derde kwartaal, al blijft dit onder het langjarig gemiddelde van -3,8. Aanhoudende geopolitieke spanningen blijven een opwaarts risico voor de inflatie en een bron van onzekerheid voor ondernemers (CBS).
Woningmarkt
Structureel is er nog altijd sprake van een groot woningtekort, al normaliseert de markt gestaag (NVM). Volgens NVM Makelaars kwam de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning in Nederland in het tweede kwartaal van 2026 uit op € 506.000, een stijging van 2,1% op jaarbasis. Een duidelijk vlakkere ontwikkeling dan in voorgaande jaren. ABN AMRO gaat voor heel 2026 uit van een gematigde prijsstijging van 3%; Rabobank spreekt van "het einde van de prijsrally" en houdt rekening met circa 2,8% prijsstijging. Het aanbod bereikte met bijna 56.700 te koop gezette bestaande woningen een recordniveau, het hoogste aantal sinds NVM in 1995 begon met meten; dit geeft kopers meer keuze en vermindert de onderlinge concurrentie.
De nieuwbouwmarkt ontwikkelt zich duidelijk trager dan de bestaande bouw. Het aanbod liep op tot circa 20.600 woningen, het hoogste niveau sinds eind 2015. De verkoop bleef achter: circa 6.100 verkochte nieuwbouwwoningen, 7% minder dan een jaar eerder (NVM). Het aanbod bestaat overwegend uit appartementen, terwijl juist een tekort is aan grondgebonden en levensloopbestendige woningen.
Aan de bouwkant zette de sector wel door: er werden in het tweede kwartaal 16.400 nieuwbouwwoningen opgeleverd, iets meer dan een jaar eerder, en de pijplijn van vergunde maar nog niet opgeleverde woningen liep verder op tot circa 234.000. Lange vergunningstrajecten, netcongestie, stikstof en oplopende bouwkosten blijven volgens de NVM belangrijke knelpunten voor de productie.
Situatie in Almere : Ook in Almere blijft de woningmarkt krap, al is gelijk met de landelijke trend ook hier het aanbod toegenomen. Starters hebben het extra moeilijk door de combinatie van hoge prijzen en beperkt aanbod, al helpt de verhoging van de NHG-grens per 1 januari 2026 van € 450.000 naar € 470.000 (met een grens van € 498.200 bij energiebesparende voorzieningen) hen een stap verder. In september 2026 stonden er echter op Funda slechts 122 eengezinswoningen in Almere te koop onder de NHG-grens van € 470.000.
Een positief effect van de gestegen woningprijzen is dat ontwikkelaars hun projecten in het vrije segment financieel gemakkelijker rond kunnen rekenen. We zien veel belangstelling voor de tenders die zijn gepubliceerd, en marktpartijen geven aan graag tenders te willen zien met hogere woningaantallen. Dit valt goed samen met alle tenders die momenteel lopen en naar verwachting eind 2026 tot begin 2027 worden gegund. Dit zal de afzet ten goede komen in de komende jaren.
Bedrijventerreinen
Bedrijfshuisvesting blijft voor beleggers een aantrekkelijk segment. Het beleggingsvolume in Nederlands commercieel vastgoed groeide in de eerste helft van 2026 met 36% naar € 7 miljard ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Vastgoedbedrijf CBRE stelde in hun halfjaarlijkse marktanalyse de prognose voor het totale jaarvolume van 2026 naar boven bij, van € 14,3 miljard naar € 15 miljard. Voor logistiek vastgoed specifiek kwam het beleggingsvolume in de eerste helft van 2026 uit op ruim € 1 miljard, ruim 7% hoger dan een jaar eerder, met een duidelijke verbetering van de gebruikersmarkt in het tweede kwartaal. Wel zijn de regionale verschillen in vraag en aanbod toegenomen, met een grotere spreiding in rendementen tot gevolg.
Situatie in Almere : Er blijft extreem veel belangstelling voor onze bedrijfskavels. Partijen schrijven zich bewust in en sluiten overeenkomsten ondanks de aanhoudende netcongestieproblematiek, die het afgelopen jaar eerder is verscherpt dan verlicht. Daarnaast geldt sinds 1 januari 2026 een nieuw maatschappelijk prioriteringskader voor grootverbruikers, en per 1 juli 2026 worden ook kleinverbruikers op dezelfde geïntegreerde wachtlijst geplaatst als grootverbruikers, wat de druk op de beschikbare capaciteit verder vergroot.
Onze uitgifteplanning was al conservatief ingeschat, maar de verslechterde prognose met betrekking tot netcongestie en de verbreding naar kleinverbruikers onderstrepen dat verdere vertraging niet is uit te sluiten. Ondanks de beperkingen is de verwachting dat gronduitgiften niet volledig stilvallen, door het tekort aan beschikbare locaties in Nederland. Er zijn ook mogelijkheden voor creatieve oplossingen, zoals grootschalige batterijparken en het beter afstemmen van vraag en aanbod binnen een bedrijventerrein. Het is lastig te bepalen hoeveel uitgiften daadwerkelijk zullen doorgaan; we hanteren hierin bewust een voorzichtige planning.
Detailhandel
Binnen dit segment groeit het vertrouwen van beleggers verder. Het beleggingsvolume in winkelvastgoed steeg in de eerste helft van 2026 met circa 30% naar € 1,2 miljard ten opzichte van een jaar eerder; beleggers blijven vooral geïnteresseerd in supermarkt-vastgoed en winkelvastgoed op dominante locaties met een sterke gebruikersmarkt (CBRE). Het zwaartepunt van beleggingen verschuift verder van kleinschalig naar grootschalig, met toenemende belangstelling voor grotere, planmatige winkelcentra. De leegstand in de negen grootste binnensteden ligt inmiddels onder de 6%, tegen ruim 8% direct na de coronapandemie.
Situatie in Almere : Het Almeerse beleid zet zich in op het koesteren van de vitale onderdelen van de Almeerse winkelstructuur (Detailhandelsvisie Almere 2020). Daarbij hoort de keuze om dingen niet meer te doen: nieuwe centra in de bestaande stad, verspreide ontwikkelingen en uitplaatsingen van supermarkten. Met uitzondering van de kernzones van de ontwikkelingsgebieden (Stadstuinen en Nobelhorst) is hierdoor in de grondexploitaties nauwelijks sprake van toevoegingen van detailhandel. De marktontwikkelingen in dit segment zijn daarom voor de grondexploitaties van minder belang.
Kantoren
De kantorenmarkt beweegt landelijk in twee richtingen. De totale leegstand bleef in de eerste helft van 2026 vrijwel stabiel op circa 5,5%, maar de verschillen tussen de vijf grote kantorensteden (G5) lopen uiteen: in het tweede kwartaal van 2026 daalde de leegstand in Utrecht, terwijl deze opliep of gelijk bleef in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Eindhoven. Landelijk daalde de opname van kantoorruimte in 2025 met circa 7% ten opzichte van 2024, vooral in de G5 met uitzondering van Utrecht en Amsterdam. Er is een groeiende tweedeling zichtbaar: schaarste aan hoogwaardige, duurzame kantoorruimte op toplocaties tegenover oplopende leegstand in minder courante panden (NVM Business).
Situatie in Almer e: De kantorenmarkt blijft lastig in Almere. De landelijke tweedeling – schaarste aan hoogwaardige, duurzame kantoorruimte tegenover veroudering van bestaande voorraad – maakt het ook voor Almere op de lange termijn een lastige markt: de huidige voorraad is toe aan verduurzaming en concurreert moeizaam met beschikbare kantoorruimte op betere locaties elders in het land. In de grondexploitaties is dan ook nauwelijks nieuwe kantoorontwikkeling opgenomen.
